THE BLOG

17
Oct

Bright & Blue is jarig!

Het is 17 oktober 2016.

Vandaag gaat een droom in vervulling waarvan ik zes maanden geleden nog niet wist dat ik hem had: de officiële start van mijn eigen kantoor, Bright & Blue Legal. Ik heb er vannacht niet van geslapen, zo spannend vind ik het. “Kan ik dit wel??” is een vraag die de afgelopen maanden niet zelden door mijn hoofd ging. Twijfel alom.

De weg naar deze dag was een lange. Mijn oude kantoor verliet ik in half overspannen toestand. Mijlenver verwijderd van mezelf. Bijna zes maanden lang heb ik geprobeerd mezelf terug te vinden en mezelf afgevraagd wat ík nu eigenlijk wil. Het antwoord op die vraag was verrassend, ik ben van nature namelijk iemand die graag de zekerheid van een vangnet heeft, zeker wil weten dat ik mijn vaste lasten kan betalen. En toch voelde ik steeds sterker dat ik mijn eigen kantoor moest beginnen.

De afgelopen dagen heb ik met vrienden hard gewerkt aan de verhuizing en inrichting van mijn nieuwe kantoor. Met veel plezier heb ik alles precies zó gemaakt als dat ik dat graag wil. Geen spreektafel, maar een gezellige zithoek bijvoorbeeld. Een espressomachine met bonenmaler. Als koffieliefhebber kan ik immers niet voor de dag komen met een standaard koffiepad-machine. Althans, dat vind ik zelf.

Het is 17 oktober 2020.

Vier jaar na de opening van mijn eigen kantoor. Bright & Blue is jarig. De “kan ik dit wel?” vraag komt nog steeds af en toe boven, maar het geloof in mijzelf heeft de afgelopen jaren steeds meer de overhand gekregen. Eigenlijk ben ik gewoon trots op mezelf. Ondanks een aantal hele diepe dalen in mijn privéleven staat het kantoor inmiddels op een stevig grondvest. De komst van Sandra, niet alleen mijn zakelijke partner maar vooral ook een goede vriendin, heeft dat fundament alleen maar verder verstevigd.

Toegegeven: van de nieuwe lock-down die deze week werd afgekondigd, word ook ik een beetje zenuwachtig. Mijn reserves zijn niet onuitputtelijk en de eerste lock-down heeft er flink ingehakt. Toch besluit ik om te blijven geloven in mijn eigen kracht. Om te geloven in Sandra en om te geloven in ons mooie en keigave kantoor! Dus feliciteer ik mezelf en Sandra, want Bright & Blue is jarig! Op naar nog héél veel leuke, bijzondere, inspirerende zaken en jaren!

15
Oct

COVID 19 FAQ ZIEKE WERKNEMER

Je krijgt er als werkgever steeds meer mee te maken: werknemers die ziek zijn, COVID-19 hebben of wachten op een testuitslag. Wat mag wel en niet? Hieronder vindt je een aantal veel gestelde vragen, voorzien van het antwoord. Heb je een vraag die er niet tussen staat? Bel me dan gerust.

Mijn werknemer is ziek. Mag ik hem vragen of hij COVID-19-gerelateerde klachten heeft?

Nee, dat mag niet. Je mag als werkgever niet vragen naar de aard en de oorzaak van de ziekte, ook niet als het om COVID-19 gaat. Dat is namelijk in strijd met de privacy regels. Als de werknemer het zelf vertelt, mag je het niet opschrijven en niet bewaren. De bedrijfsarts mag wel vragen of de werknemer Corona gerelateerde klachten heeft. Twijfel je? Zet dan altijd de bedrijfsarts in.

Mijn werknemer zit snotterend, hoestend en niesend op zijn werkplek. Mag ik hem naar huis sturen?

Ja, dat mag. Je kunt de regels en de richtlijnen van de Rijksoverheid en het RIVM gebruiken om gebruik te maken van je instructierecht. Dat betekent dat je werknemers naar huis mag sturen als je waarneemt dat zij klachten vertonen die passen bij COVID-19. Bedenk ook, dat je als werkgever verplicht bent om voor al jouw werknemers te zorgen voor een veilige werkomgeving. Dat doe je niet door werknemers te laten werken die misschien collega’s aansteken met corona. Let op: stuur je werknemers naar huis, dan moet je wel het loon doorbetalen volgens de afspraken die er liggen over loondoorbetaling bij ziekte.

Mag ik mijn werknemers temperaturen voordat ik hen op de werkplek toelaat?

Nee, dat mag niet. Ook als de werknemer zelf toestemming geeft, mag het niet. Dat komt omdat men ervan uit gaat dat een werknemer nooit echt vrij is om te zeggen dat hij of zij het niet wil. De machtsverhouding tussen werkgever en werknemer, jij betaalt immers zijn loon, maakt dat er geen sprake is van volledige vrijheid.

Mijn werknemer heeft een Corona-test gedaan. Mag ik vragen naar de uitslag?

Nee, dat mag niet. Ook dat is in strijd met de privacy regels. De bedrijfsarts mag dat wel, maar hij mag het jou niet vertellen. Hij moet het wel melden bij de GGD. De GGD zal dan in het bron- en contactonderzoek contact met je opnemen, maar zal jou niet vertellen om welke werknemer het gaat. Kom je het toch te weten, bijvoorbeeld doordat jouw werknemer het zelf vertelt, dan mag je dat niet registreren.

Is mijn werknemer verplicht om bij mij melding te doen van een Corona besmetting bij hem/haar of zijn/haar huisgenoten?

Nee, die verplichting is er niet. Op vrijwillige basis mag het natuurlijk wel, maar ook dan mag je het niet vastleggen. Als één van jouw werknemers besmet is, dan zal de GGD wel contact met je opnemen. De GGD mag alleen niet vertellen om welke werknemer het gaat.

Een van mijn werknemers is besmet met Corona en ik weet dat. Mag ik dat vertellen aan mijn andere werknemers of klanten?

Als het protocol van de GGD dat voorschrijft (dat bespreekt de GGD met je), dan mag dat. Maar let wel op: je mag geen namen noemen. Je mag alleen vertellen dat één van jouw werknemers positief getest heeft. Je moet de privacy van de betrokken werknemer te allen tijde beschermen, ook als collega’s weten wie het is. Melden aan klanten mag alleen als dat zinvol is Dus als de betrokken werknemer binnen de incubatieperiode fysiek contact met de desbetreffende klant heeft gehad en er kans op besmetting is geweest. Ook dan blijft gelden dat je geen namen mag noemen. Is er geen kans op besmetting geweest, dan moet je de mond houden.

11
Oct

Als recht krom is

“Dat méén je toch niet?!”, of “Dat kan toch niet waar zijn?!” en “Dat is toch gewoon niet eerlijk!” zijn kreten die ik in de bijna vijftien jaar dat ik advocaat ben, regelmatig te horen heb gekregen als ik cliënten moet uitleggen wat hun rechten of plichten zijn.

Toegegeven: soms is het recht écht krom. Dan lukt het mij ook niet om uit te leggen waarom het is zoals het is. Vroeger kreeg ik daar stress van. Inmiddels durf ik dat gewoon toe te geven. En toch, hoe meer ervaring ik krijg, des te meer zie ik dat het (rechts)gevoel dat je bij een bepaalde (rechts)regel of situatie hebt, vaak afhangt van de manier waarop je er naar kijkt of de pet die je zogezegd draagt.

Neem bijvoorbeeld de transitievergoeding na twee jaar ziekte. Bij de werkgevers die ik bij sta, zie en hoor ik het onbegrip. Zij hebben vaak al ontzettend veel kosten gehad aan de zieke werknemer: van loondoorbetaling gedurende twee jaar tot re-integratietrajecten en arbeidsdeskundigenonderzoeken. Werkgevers ervaren het dus vaak als extra zuur dat zij de werknemer na al die kosten ook nog eens een transitievergoeding moeten betalen als het niet gelukt is de werknemer weer aan de slag te krijgen. Het feit dat zij dat bedrag inmiddels (grotendeels) kunnen terugvorderen van de overheid, maakt dat gevoel van krom ook niet helemaal recht. Ik begrijp dat ook wel. Vaak kun je er als werkgever helemaal niets aan doen dat de werknemer ziek is geworden en kun je er nog minder aan doen dat hij of zij niet meer kan werken. De meeste werkgevers, althans die in mijn portefeuille, doen er ook alles aan om hun zieke werknemers weer aan het werk te krijgen. Het voelt dan als een soort boete, die transitievergoeding.

Maar als ik dan werknemers bij sta, die twee jaar lang niets liever wilden dan weer werken terwijl hun lichaam het niet toe laat, dan wordt de andere kant van de medaille belicht. De transitievergoeding is vooral ook bedoeld om de werknemer te compenseren voor het feit dat hij of zij ontslagen wordt en dus inkomensverlies lijdt. We kunnen er niet omheen dat deze zieke werknemers ontslagen worden en ook inkomensverlies lijden. Als zij dan niet gecompenseerd worden, uitsluitend vanwege het feit dat zij ziek zijn, dan wringt dat ook. Het riekt dan op zijn minst genomen naar verboden onderscheid op grond van gezondheid. En daar heb ik zelf dan ook wel moeite mee.

Dat het recht soms lastige dilemma’s met zich mee brengt, is een ding dat zeker is. Eigenlijk is dat ook wel één van de dingen die ik zo leuk vind aan mijn vak: het recht is niet zwart-wit en dus hoeven oplossingen dat ook niet te zijn.

Het is maar net hoe je er naar wilt kijken, want dat is een keuze. Hoe krom een situatie ook lijkt, als je er lang genoeg naar kijkt lukt het vaak wel om beide eindjes bij elkaar te brengen.

04
Oct

Als ik later groot ben word ik advocaat!

“Mama, ik word net als jij als ik groot ben!” Mijn oudste is 6 jaar als hij in groep 2 het thema “beroepen” behandelt. Als we uit school naar huis lopen vertelt hij enthousiast wat je allemaal kunt worden later. Brandweer, politie, Formule 1 (;-)) of dokter. “Maar”, zegt hij, “ik word advocaat als ik later groot ben, net als jij Mama!”. Ik grinnik. “Wat doet een advocaat dan?” vraag ik hem. “Nou”, zegt hij, “vooral veel bellen en typen. Ik denk dat ik dat ook wel kan…”

Zelf wist ik ook al jong wat ik later wilde worden. Hoe oud ik was weet ik niet meer precies, maar ik zat nog op de basisschool. Rotsvast was mijn vertrouwen dat advocaat hét beroep voor mij was. Totdat ik op het VWO een schooldecaan trof die wat minder vertrouwen in mijn beroepskeuze had. Toegegeven, mijn cijfers waren niet altijd geweldig. De noodzaak van natuurkunde zag ik bijvoorbeeld niet zo in. Ik snapte er niets van en had al snel in de gaten dat het voor de uitslag van een toets niet zo heel veel uit maakte of ik wel of niet geleerd had. Andere vakken die ik wel leuk vond daarentegen waren gemakkelijk en daar scoorde ik steevast goed. Maar het was niet alleen het punt van mijn cijfers dat deze decaan deden geloven dat ik niet in de wieg gelegd was om advocaat te worden. Hij vond (en sprak dat uit) dat ik helemaal geen advocaat was en dat ik het nooit zou volhouden.

Hoewel ik vastbesloten was om hem zijn ongelijk te bewijzen, deed dat toch iets met mijn zelfvertrouwen. Het bleef knagen. Totdat zes maanden voor mijn eindexamen de paniek toesloeg. Wat als hij toch gelijk had? Halsoverkop gooide ik mijn studiekeuze om en schreef ik me in voor fysiotherapie. Ik werd uitgeloot en besloot daarom “toch maar” aan rechten te beginnen. Na een week tutorgroepen en colleges gevolgd te hebben wist ik het zeker: rechten moest het zijn. Ik voelde me als een vis in het water. Mijn rechtenstudie doorliep ik zonder problemen, ronde een half jaar voor mijn geplande afstuderen al mijn vakken af en vond vrijwel aansluitend aan mijn afstuderen een baan als advocaat-stagiair.

Dat het de juiste keuze is geweest, heb ik altijd geweten. En toch, na al die tijd, zie ik de laatste jaren dat de beste man wel een punt had. Jarenlang heb ik geprobeerd me te schikken naar het keurslijf van de grote kantoren. Maar dat begon steeds meer te wringen en te schuren. Ik wilde erbij horen, maar voelde aan alles dat het net niet paste. Uiteindelijk leerde ik één hele belangrijke les: je kunt pas echt gelukkig zijn als je dicht bij jezelf blijft.

Misschien ben ik inderdaad niet het prototype advocaat, mocht dat al bestaan. Laat ik helder zijn: er is niets mis met een advocaat die op een traditionele wijze zijn of haar praktijk voert. Maar het staat te ver af van wie ik ben.

Ik voel me veel fijner bij informeel taalgebruik dan formeel taalgebruik richting mijn cliënten. Ik hou van mode, maar hoef niet perse op chique. Een spijkerbroek kan best. Ik wil niet met “u” aangesproken worden en onderteken mijn brieven steevast met mijn voornaam. Ik kan best een bitch zijn, maar echt alleen als het nodig is (en geloof me, dat is meestal niet het geval). Met honing vang je immers meer vliegen dan met azijn. Ik ben een echt gevoelsmens, hoog-sensitief. Ik leg mijn ziel en zaligheid in mijn werk en deel dus ook stukjes van mijzelf met cliënten als ik denk dat het iets toevoegt. Soms ontvang ik een cliënt thuis aan mijn keukentafel, gewoon omdat het beter uit komt. Als het nodig is ben ik 24/7 bereikbaar voor mijn cliënten, maar als het even kan kies ik voor mijn gezin. Voor mij zijn dat allemaal vanzelfsprekendheden. Maar steeds vaker hoor ik mijn cliënten zeggen: “jij bent zo anders dan het beeld dat ik van een advocaat had”… Ik zie alleen maar dat ik steeds dichter tot mezelf kom. Ik ben nog nooit zo happy geweest.

28
Sep

En toen was daar Diederik Gommers…

Ik kijk eigenlijk nauwelijks meer televisie. Famke Louise en Diederik Gommers bij Jinek heb ik dus ook gemist. Maar de commotie rondom de uitzending gaat natuurlijk niet aan mij voorbij. Uiteindelijk ben ik nieuwsgierig en wil ik toch zelf wel eens zien of het nu écht zo erg was als dat ik in de diverse media lees.

Dus als de kinderen na een lange dag eindelijk op bed liggen en ik op de bank plof, zoek ik het bewuste fragment op. Met verbazing (en soms plaatsvervangende schaamte) kijk ik naar hetgeen zich daar afspeelt. Natuurlijk vind ik wat van de uitlatingen van Famke en is haar optreden bij Jinek tenenkrommend. En ergens heb ik ook wel met haar te doen.

Maar wat bij mij overheerst, is dan toch de bewondering voor Diederik Gommers. De rust, de toewijding en het respect waarmee hij haar bejegent. Hij doet wat veel mensen in communicatie vergeten: hij probeert Famke te begrijpen, tussen de regels door te zoeken naar haar echte boodschap. Hij probeert zijn eigen boodschap zo te verpakken dat ook zij hem begrijpt. Hij poogt van ‘ik’, ‘wij’ te maken.

In mijn praktijk zie ik het ook vaak mis gaan op dit punt. Bijvoorbeeld als werkgevers en werknemers met elkaar in conflict komen. Maar ook ex-partners in een echtscheiding die het pensioen moeten verdelen. De ene partij blijft zijn of haar boodschap zenden als een grammofoonplaat die blijft hangen, zonder zich af te vragen of de ander hem of haar begrijpt. De ander probeert begrip te creëren voor zijn of haar standpunt, keuze of situatie maar voelt zich niet gehoord en begrepen en begrijpt ook vaak niet waar de ander vandaan komt.

Soms bereik je pas echt iets als je zelf je rol in communicatie verandert. Als je stopt met zenden, maar begint met luisteren. Écht luisteren naar wat de ander nu eigenlijk zegt. En als je probeert daar dan iets mee te doen. Al luisterend naar Diederik Gommers, bedenk ik dat het misschien ook wel mijn rol als advocaat is om partijen te doordringen van het belang elkaar te willen begrijpen. Eigenlijk maakt het dan helemaal niet zo veel uit of mijn klant nu de werkgever of de werknemer is. Want uiteindelijk is een zaak pas écht opgelost als je het voor beide partijen goed kunt regelen. En die kans is veel groter als partijen in ieder geval begrijpen wat voor de ander belangrijk is.

19
Sep

Over impact

“Mama, komt er nu ook iemand jou dood maken?” Mijn jongste kijkt me angstig aan terwijl ik haar instop. Die vraag komt binnen. Het is september 2019, een paar dagen na de moord op advocaat Derk Wiersum in Amsterdam.

“Nee schat, hoe kom je daar nou bij?”. Er verschijnt een traan in haar oog. “Ik heb het op school gezien”, zegt ze. “Die meneer is dood gemaakt omdat hij advocaat is en dat ben jij ook”.

Ik probeer haar gerust te stellen door haar uit te leggen dat strafrecht veel gevaarlijker is dan arbeidsrecht en pensioenrecht. Maar ze is pas 6 dus dat is een beetje lastig. En als ik eerlijk ben, dan hebben mijn collega’s en ik niet met geweld, maar soms wel eens te maken met dreigende taal vanuit de wederpartij en onze cliënten. In mijn periode als advocaat-stagiair zelfs een keer door de advocaat van de wederpartij. Ik won een zaak door een beroep te doen op een wetsartikel dat de beste man zelf over het hoofd had gezien. Na de zitting kwam hij naar me toe en siste: “pas maar op jij, ik weet jou wel te vinden!”.

Ik ben er eerder nooit zo van onder de indruk geweest: het hoorde er gewoon bij. In een emotie worden nu eenmaal dingen gezegd die niet zo gemeend worden. Maar na de moord op Wiersum voelt het toch net even anders. Ook voor mij als niet-strafadvocaat. Ik troost mijn jongste en verzeker haar dat ik goed op mezelf pas. In mijn hoofd komt voor het eerst in mijn carrière de vraag op waarom ik dit vak nog doe.

Maar als ik op de bank zit weet ik het weer: omdat wij advocaten een onmisbare schakel zijn in ons rechtssysteem. Omdat ik, ondanks alles, geloof in ons rechtssysteem. En omdat ik het zó gaaf vind om mensen te begeleiden naar het bereiken van een oplossing die voor beide partijen goed is. Want ik geloof heilig dat je pas dan tot een duurzame oplossing komt. Maar wat ik wel meeneem is een stukje extra aandacht en vriendelijkheid in alles wat ik doe. Ook nu nog, een jaar na de moord op onze beroepsgenoot. Zoals Oscar Wilde het zo treffend verwoorde: “The smallest act of kindness is worth more than the grandest intention”…

09
Sep

Waarom Bright & Blue Legal?

Als ik na de afsluiting van het intakegesprek mijn visitekaartje overhandig aan mijn zojuist binnengehaalde nieuwe cliënt, kijkt hij me vragend aan.

“Bright & Blue, daar zit vast een verhaal achter”. Ik knik. Die vraag krijg ik wel vaker. Ik vertel hem dat het eigenlijk een soort mission statement is. Hij kijkt een beetje verdwaasd. “Nou”, leg ik hem uit, “dat zit zo”.  

En ik vertel hem dat ‘Bright’ niet alleen slim betekent, maar ook helder en transparant. Dat is precies wat een goed advies of een goede oplossing in mijn ogen moet zijn. Slim, soms net even buiten de gebaande paden. Maar ook helder en transparant. In begrijpelijke taal stap voor stap uitgelegd en liefst met een concreet advies. Ik ontkom natuurlijk niet altijd aan het gebruik van jargon; vind maar eens een andere naam voor ‘dagvaarding’. Maar ook jargon kun je toelichten. De man knikt instemmend. 

“En ‘Blue’”, vervolg ik, “dat is de kleur van kennis en weten”. Ik vind het belangrijk om creatieve oplossingen te zoeken voor mijn cliënten, maar die oplossingen moeten natuurlijk wel gedragen zijn door kennis en kunde. Een oplossing die in strijd is met de wet zet natuurlijk geen zoden aan de dijk. Dat beaamt hij al grinnikend. 

“En daarnaast”, voeg ik er als persoonlijke noot nog aan toe, “is bright & blue datgene wat ik zie als ik in de snoetjes van mijn kinderen kijk.” Twee paar heldere, stralende blauwe ogen als ik na een dag werken moe maar voldaan samen met hen op de bank plof.